Roadtrip in het Frans: Exmouth – Broome

Dat en ik wilden graag een roadtrip doen naar Broome, dus gingen we op zoek naar mensen met plek in de auto. We vonden een berichtje van 3 franse jongens op Facebook die dezelfde week als wij wilden vertrekken om in anderhalve week naar Broome toe te rijden en onderweg een paar dagen in Karijini NP te verblijven. We nodigden ze uit om kennis te komen maken op het dak van onze bus onder het genot van een glaasje goon en de zonsondergang. Al gauw stonden er 20 fransen voor onze bus, want zo gaat dat met fransen. Ze spraken slecht engels, een van die jongens was de tolk, maar ze waren aardig en dus besloten Dat en ik met ze mee te gaan. De fransen (Jean, Nicolas & Brice) wilden naar het noorden om werk te zoeken dus we reden best lange afstanden per dag, maar namen wel de tijd voor de mooie plekken. Deze trip vond plaats in Mei en ik schrijf dit nu in Augustus (oeps) dus ik ben vergeten wat we allemaal precies hebben gedaan. Maar over het algemeen dus veel rijden, ik in de auto met Jean en Brice en Dat reed met Nicolas in zijn 4×4. De jongens namen altijd veel tijd en moeite voor lunch, ze kookten heerlijk maar hierdoor hadden we wel minder tijd om dingen te doen. Rond zonsondergang zochten we gratis kampeerplekken op, soms illegaal en een enkele keer stonden we zelfs op een betaalde camping, zonder te betalen (Die nacht was het laat, er was geen enkele plek waar we konden staan (ze waren eerst een energiecentrale binnengereden en wilden daar slapen, maar er kwamen surveillanten dus toen zijn we snel gevlucht) en die camping was al dicht. We zijn de volgende ochtend om 6u weggereden, zodat we niet gesnapt zouden worden door personeel.). Dan kookten we samen, aten we, speelden heel veel kaartspelletjes (vooral president en cabo), dronken een frans drankje gemaakt van rode wijn en cola, en zochten op tijd onze bedjes op.

Na zo´n 600 km landinwaards rijden kwamen we bij Karijini National Park, een van de meest bekende parken van Australië. Het heeft een oppervlakte van 6270 vierkante km en is daarmee het op een-na grootste park van West-Australië, gevuld met de meest prachtige gorges. Vanwege gecontroleerde bosbranden was het vrij lastig om het park in te komen, maar via een paar omweggetjes kwamen we er toch. Er zijn een aantal bekende gorges met wandelpaden, dwars door het water. Wij hebben de bekendste bezocht: Hancock gorge, Jorffre gorge, Knox gorge en nog een paar. Vaak begint de wandeling met een steile natuurlijke trap naar beneden, en dan moet je het water in. Dus je laat je spullen achter en gaat het ijskoude water in, wat heerlijk was aangezien het elke dag 40 graden was. De ene is wat avontuurlijker dan de ander, soms staat er een sterke stroming, moet je zwemmen, is het enorm glibberig, liggen er losse stenen, is het enorm smal, maar hoe avontuurlijker hoe leuker en we hebben alles overleefd. Aan het einde van elke wandeling kom je uit bij een swimming hole, soms is het net een groot meer (zoals de Handrail Pool), soms hebben ze een oppervlakte van zo´n 10 meter maar is het tientallen meters diep. Ideaal voor cliffjumping dus! We hebben uren gespendeerd bij Kermit´s pool, een ijskoude, felblauwe swimminghole waar je vanaf hogere klimwanden in kon springen. De Fern pools waren ook prachtig, met kleine watervalletjes en ijs-en ijskoud water. De wandeling naar de Fortescue Falls was wat makkelijker en daar was het dus ook wat drukker, en we hebben nog een heleboel meer watervallen, pools en mooie dingen gezien.

We hebben daar 3 dagen gespendeerd, en dus 2 nachten. In het park zijn ook maar 2 campings, beiden betaald. We lazen dat sommige mensen toch wildkamperen, maar er zijn enorm veel plekken met heel veel asbest (komt door een mijn in de buurt) en het leek ons dus wat veiliger om gewoon braaf naar de campings te gaan. Op een avond lag Dat al in de tent en ik zei de fransen goedenacht en ging toen ook onze tent in. De rits was kapot en ging dus heel moeilijk open en dicht, maar na wat moeite had ik hem dichtgekregen en konden we dus gaan slapen. Ik zag echter iets boven mijn hoofd bewegen en dacht meteen dat het een mot was, want er zitten enorme motten hier in Australië. Ik zei tegen Dat “We need to het this moth out” en deed mijn zaklamp aan. Toen bleek dat het geen mot was, maar een eeeeenorme huntsman spin. Fun fact: Dat is als de dood voor spinnen, en ons tentje was mini. Je kon zeg maar net naast elkaar zitten, met je rug en nek gebogen, en er was geen ruimte voor spullen. Echt mini. Uit paniek begon Dat om zich heen te slaan; op mij dus, en op de tent. Spin raakte dus ook in paniek, en ik probeerde uit alle macht die rits open te krijgen maar het lukte maar niet. Wij schreeuwen, de Fransen dachten dat we grapjes maakten en kwamen dus niet helpen. Na een minuut in dolle paniek kregen we eindelijk de rits open en maakten we een soort James-Bond koprol de tent uit, en toen de fransen de spin zagen raakten zij ook in paniek. Uiteindelijk heb ik hem dus uit de tent moeten halen. Die nacht sliep Dat niet meer. Ik ook niet echt trouwens, maar dat kwam doordat het volle maan was en de Dingo´s dus heel de nacht naar de maan huilden. Een nacht om nooit te vergeten.

Na drie dagen in Karijini reden we verder richting Broome. Dat was nog zo´n 1000 km en deden we in een paar dagen. We kwamen langs Port Hedland, en later Eighty Mile Beach. Die dag was het ontzettend heet, en de jongens wilden met hun auto´s het strand op rijden. Nicolas besloot eerst te gaan checken of dat te doen was, want hij had dus een 4×4. Dat ging inderdaad goed voor een paar honderd meter, tot hij wilde keren om terug te rijden en vast kwam te zitten in het zand. Wij duwen, trekken, maar de auto kwam alleen maar dieper vast te zitten. Uiteindelijk hadden we het geluk dat er een andere auto met Australische vissers langs kwam die ons eruit trok. Na dat fantastische avontuur reden we naar Broome, waar we nog een week met z´n allen in een hostel bleven. Maar daarover vertel ik de volgende keer!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *