Mildura

Mildura, een stadje aan de Murray River, de rivier die de staten Victoria en New South Wales scheidt. Mijn thuis sinds anderhalve maand. Toen ik in Darwin was ging ik op zoek naar werk en Tommy, een vriend die ik leerde kennen in Byron Bay, vertelde me dat ik bij hem kon komen werken op een solarfarm. De droom van elke backpacker. Ik vloog naar Melbourne, zat 9 uur in de bus naar Mildura en kwam terecht in een enorm huis met 18 andere werkende reizigers, van overal over de wereld. Ik weet niet of ik het al eerder heb uitgelegd, maar de meeste backpackers hebben een working holiday visum. Ik ook. Dit visum is een jaar geldig, en in die tijd kun je overal in Australië reizen en werken, onder bepaalde voorwaarden. Een jaar na binnenkomst moet je het land dus weer uit, tenzij je een 2nd year visa weet te bemachtigen. Dat kan alleen als je 88 dagen farmwork doet; op een boerderij werken dus. Daarnaast is farmwork ook de makkelijkste manier om geld te verdienen. Ik besloot dus om maar gewoon op een boerderij te gaan werken, dan verdien ik in ieder geval geld en kan ik ook die dagen sparen, een 2nd year visa is altijd mooi meegenomen!

Binnen een paar dagen kon ik aan de slag op een courgettekwekerij, daarna plukte ik mandarijnen en ondertussen was ik druk bezig met mijn het updaten van mijn cv, het behalen van mijn whitecard (certificaat om in de bouw te mogen werken) en mailtjes sturen naar solarfarms en solarfarm-uitzendbureaus. Weken gingen voorbij, ik kreeg werk aangeboden op een vine nursery (wijnstokken kwekerij) en daar leerde ik pas echt wat zwaar werk is. 8 uur lang per dag gebukt op een veld in de volle zon staan, terwijl het vriest, struikjes trimmen tot stokjes van 30 centimeter. Na dag 1 voelde ik me al 95 jaar oud, na een week dacht ik dat mijn rug van m´n lichaam af zou vallen. Uiteindelijk heb ik dat werk voor zo´n 3 weken gedaan en toen kregen we een nieuwe taak; wortels trimmen en de vines controleren aan een lopende band. Ik kreeg al gauw een upgrade en mocht de vines schoonmaken en inpakken en de bestellingen klaar maken voor verzending. Erg zwaar werk, veel tillen en rennen en aan het einde van de dag zat ik altijd van top tot teen onder de modder. Maar het was wel een baan met veel verantwoordelijkheid en de tijd vloog doordat ik het zo druk had. De baas was blij met me, en toen dit werk voorbij was kregen we 3 weken vrij voordat we aan de nieuwe klus konden gaan beginnen. In die weken heb ik nog wat mailtjes gestuurd naar de solarfarms, maar ik gaf de hoop een beetje op. Na 3 weken vakantie mocht ik afgelopen dinsdag weer beginnen, nu met enten. Dat houdt in dat we het topje van een goede wijnstok op een andere stok plaatsen. Dinsdag heb ik heel de dag die topjes afgeknipt, woensdag begon ik met het enten zelf. Dat gebeurt aan een tafel die een beetje op een naaitafel lijkt, eerst stop ik het topje in de machine, die wordt op een bepaalde manier afgesneden en blijft in de machine steken, dan stop ik de tak erin en die wordt op dezelfde manier gesneden. het zijn dan net 2 puzzelstukjes die in elkaar blijven steken, en een nieuwe tak is geboren! Dit wordt nu door zo´n 10 andere meisjes gedaan, ik heb weer een speciaal baantje gekregen. Ik dip de wortels van de tak in een stimulerend groeihormoon, het geënte stukje in hete was en dan stop ik ze met z´n allen in een grote bak waarin ik ze bedek met vermiculite; een vochtopnemende mineraal/funghi. Dan worden de bakken in een koelcel geplaatst, wachtend op de volgende handeling die we gaan uitvoeren. Het werk is fysiek erg zwaar, maar de baas is aardig en ik luister tientallen podcasts per dag dus tegelijkertijd leer ik van alles bij!

Als de werkdag voorbij is brengen we iedereen weer naar huis en bij thuiskomst is het net alsof we met een grote familie samenwonen. We hebben geen wifi in dit huis, wat soms best vervelend is, maar dat maakt ons wel een stuk socialer. Iedereen vraagt hoe je dag was, we zitten met z´n allen aan onze keukenbar of op de bank te kletsen, we gaan samen naar de supermarkt en koken eten en kijken in de avond vaak films of kletsen in onze kamers. Ik slaap nu op een kamer met 3 jongens; een Engelse en 2 Duitsers. Het is soms net alsof ik weer thuis woon met mijn broers, maar dan x4. Eerst sliep ik in een andere kamer, met 5 andere jongens. Er waren toen 22 mensen in dit huis, nu nog maar 12 vanwege brandveiligheidsregels. Een stuk rustiger dus! Maar nog steeds gezellig genoeg. Veel mensen uit mijn huis werken op een solarfarm, en zij werken 13 dagen on / 1 dag off. Elke zaterdag is er een huisfeestje, en in de weekenden dat de meeste “solarboys” een vrije zondag hebben gaan we ook uit. Vaak nodigen we ook andere mensen van ons werk uit; meer zielen: meer vreugde. Edit: Het is nu een week later en iedereen die op solarfarms werkte is zijn baan kwijt. Een farm is “af”, de ander is failliet. Om die rede gaan de meeste mensen binnen twee weken weg, op zoek naar nieuw werk of verder reizen. Ook ik ben begonnen met dagen aftellen, want over twee weken neem ik de bus naar Sydney en dan vlieg ik na een paar dagen naar Indonesië. Het einde van mijn avontuur in Australië.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *